Rebussen: Het bepalen van de moeilijkheidsgraad

This entry is part 1 of 3 in the series Rebussen

Gisteren schreef ik een post over het maken van rebussen. Verschillende mensen hadden verschillende moeite met het maken van die rebussen. Meer dan ik had verwacht. De rebussen die als wachtwoorden verstuurd gaan worden heb ik uiteraard door iemand anders laten checken. Ze moeten wel oplosbaar zijn. Maar goed, bij deze een stukje over het bepalen van de moeilijkheidsgraad en wat je kan doen om het moeilijker of makkelijker te maken. Deel 1 in de serie over rebussen.

Een noot vooraf

De moeilijkheid is afhankelijk van een aantal factoren, maar ook heel erg van de oplosser van de puzzel. En van de puzzelmaker. Ik wil in ieder geval heel graag dat mensen mijn rebussen kunnen oplossen en ik kan mezelf er amper van weerhouden om (deel)oplossingen te vertellen.

Daarnaast is de moeilijkheid ook heel erg afhankelijk van de duidelijkheid van de tekeningen. Als je een mannetje met een stethoscoop tekent en niemand herkent dat het een mannetje is, dan gaan ze ook geen dokter raden. Je wilt dat de losse elementen van de tekening in ieder geval te herkennen zijn. Met een beetje creatieve tijd is de oplossing dan wel te vinden.

Hoe moeilijk wil je het maken?

Er zijn 5 moeilijkheidsgraden te bedenken:

  • Zo makkelijk dat het zonder mee te schrijven kan worden opgelost.
  • Kort en overzichtelijk. Makkelijk.
  • Kost een paar minuten en wat nadenkwerk. Gemiddeld.
  • Hier is hulp bij nodig. Zonder hints bijna niet te doen. Misschien wel voor twee personen. Moeilijk.
  • Frustrerend. In plaats van een leuk cadeau geven, maak je iemand leven moeilijker. (ja, zo erg is het)

Uiteraard richt je op één van de middelste drie niveau’s. Gebruik dan onderstaande richtlijnen om je te helpen met afstemmen van de rebus op je gewenste niveau.

Mocht je rebussen voor kinderen gaan maken, dan zijn dit mijn aanbevelingen:

  • 6-7 jaar: zo makkelijk als je het kan bedenken. Deze kids kunnen net schrijven. Probeer om zo min mogelijk informatie te presenteren. (dus geen getallen tussen haakjes)
  • 7-9 jaar: makkelijk. Veel hints
  • 9-12 jaar: makkelijk en gemiddeld
  • 11 jaar en ouder: gemiddeld en moeilijk. Onderschat ze niet. Waarschijnlijk vinden ze heel andere dingen lastig dan jij.

Makkelijke versus moeilijke tekeningen

Als je op google images zoekt op “rebus de”, zijn suggesties voor andere zoekopdrachten den tekening en den. Het is het makkelijkste voorbeeld dat ik kan bedenken. Het is ook zo vaak gebruikt, dat ik vind dat je het uberhaupt niet in je eigen rebussen mag stoppen. Als je toch creativiteit wil laten zien, dan geen dennebomen.

Makkelijke tekeningen zijn bijvoorbeeld cirkel, vierkant of zon (of den dus). Dit zijn als het ware universele concepten, die mensen gelijk gaan begrijpen.

Moeilijkere tekeningen om te raden zijn bijvoorbeeld feest, eten of spel (misschien kan je het wel beter tekenen dan ik, maar iedereen is te gefocusd op de kaarten). Voor je het weet zijn ze aan het nadenken over een verjaardag, een appel of klaverjassen.

Plaatsing van de woorden

Het is veel makkelijker om een rebus op te lossen als de verschillende tekeningen hele woorden of lettergrepen volgen. Onderstaande rebussen beschrijven allebei hetzelfde woord. Welke is makkelijker?

de makkelijke variant

Hetzelfde antwoord, andere rebus

Als het goed is, is de eerste makkelijker. Meeschrijven met het oplossen van de rebus maakt wel dat mensen minder in hun hoofd hoeven te onthouden en er bij allebei uit gaan komen.

De hoevelheid plussen en minnen

De makkelijkse rebus gaat ongeveer zo:

D+I+T+I+S+M+A+K+K+E+L+I+J+K
_ _ _   _ _    _ _ _ _ _ _ _ _ _

Hoe meer letters je erbij zet, hoe makkelijker het is. Ik ben zelf ook nog niet op het niveau dat ik het altijd zonder kan.

Als je echt moeilijk wilt gaan, trek dan afbeeldingen van elkaar af. Zie onderstaande afbeelding.

Bijten - bij
Een beetje omslachtig, maar wel uitdagender.

Hints bij de rebus

Zoals je in deel twee kan lezen, raad ik je aan om met lage streepjes er het totaal aantal letters en eventuele spaties aan te geven. Dit helpt de oplosser al enorm.

Je kan nog een stap verder gaan en bijvoorbeeld boven elke tekening aangeven hoeveel letters de oplossing van die tekening is. Dit helpt weer om verjaardag en feest uit elkaar te houden.

En als je er echt naast gaat zitten, vertel dan niet wat iets is, maar stel vragen als:

  • Wat zie je?
  • Is het er één of zijn het er meerdere?
  • Heb je al wat opgeschreven?

Dan help je de oplosser om er zelf uit te komen.

Hoe zou jij de moeilijkheidsgraad beïnvloeden?

Ben ik iets cruciaals vergeten? Of weet je nog iets om te doen om het moeilijker of makkelijker te maken? Laat het met weten via een reactie en ik stuur je één van de rebussen op die mijn collega’s niet konden oplossen. Kan jij het wel?

 

 

 

Series NavigationZo maak je een rebus in 3 stappen >>

Geef een reactie